9. ZIEKTEN EN PLAGEN

9.1 Algemeen
Een bijenvolk kent diverse belagers in de vorm van andere dieren als luizen, mijten (tracheemijt, varroa), wespen, hoornaar en andere bijenvolken maar ook vogels (mezen, zwaluwen) en kleine zoogdieren als muizen. In het algemeen is de schade toegebracht door luizen, wespen, de hoornaar en vogels van incidentele aard en niet bedreigend voor volken in goede conditie. Dit kan anders zijn indien een muis tijdens de winterrust de kast binnendringt. De bijen verdedigen zich dan niet of niet goed genoeg en de muis kan een ware ravage aanrichten in de raten. Het bijenvolk kan hierdoor, ook mede door de onrust in de winter het loodje leggen.

9.2 Varroamijt

varroamijt

Aantasting door de varroamijt kan wel fataal aflopen voor een bijenvolk.. De varroamijt is vanaf ongeveer 1985 in Nederland aanwezig, komend vanaf India. In India leeft deze mijt op de Indische bij (Apis cerana), en is daar niet fataal aangezien deze bijen een afweermiddel hebben ontwikkeld. De Apis cerana is in staat om de mijt van zijn lichaam te verwijderen en de mijten dood te bijten. Onze bijen zijn daar voorlopig niet toe in staat, alhoewel hier op den duur door selectie, natuurlijk of kunstmatig, ook wel een zekere weerstand zal worden ontwikkeld. Een met varroa besmet bijenvolk gaat na ongeveer drie jaar dood is de ervaring indien geen maatregelen worden genomen om de mijten te bestrijden. De mijtenbestrijding kan op biologische wijze (darrenraatmethode, mierenzuur) of met behulp van chemische bestrijdingsmiddelen (Apistan, Apitol) worden uitgevoerd. De schade door de varroamijten ontstaat doordat mijten bloed zuigen van de bijen door gaatjes te prikken in de bijen. De mijten vermeerderen zich in het gesloten broed, waarin de mijt eitjes afzet. De jonge mijten parasiteren op de poppen. De aangetaste bijen, die uit de poppen voortkomen, hebben onder meer beschadigde vleugels, waardoor vliegen uitgesloten is. Ook zijn aangetaste bijen zeer kwetsbaar voor andere ziekten aangezien ze gaatjes in hun pantser hebben door de varroabeten. Het aantal varroamijten kan oplopen tot duizenden exemplaren per kast Door effectief te bestrijden kan dit aantal tot enkele tientallen worden teruggebracht en de plaag onder controle worden gehouden.

9.3 Microbiologische aantasting
Microbiologische aantasting kan plaatsvinden door bacteriën en virussen. Bekende ziekten zijn onder meer de ziekten die het broed aantasten zoals kalkbroed, Europees vuilbroed en Amerikaans vuilbroed. Daarnaast is een belangrijke ziekte de Nosema, een ingewandsstoornis. We behandelen de belangrijkste ziekten en dat zijn Amerikaans vuilbroed en Nosema.

9.4 Amerikaans vuilbroed (AVB)

Amerikaans vuilbroed

Amerikaans vuilbroed is een bacterieziekte in het broed. De ziekte is vermoedelijk met het Amerikaanse leger na de oorlog meegekomen naar Europa. De Amerikanen importeerden hun eigen honing met daarin sporen van de Bacillus Larvae, de veroorzaker van Amerikaans vuilbroed. De broedziekte gaat zeer snel, waardoor de bijen niet in staat zijn om door hygiënische maatregelen in de kast de ziekte de baas te blijven. De ziekte kan door sporenvorming van de bacterie latent aanwezig blijven in een bijenvolk. Vooral in volken waar het even niet zo goed mee gaat en met een aanwezige latente besmetting kan de ziekte toeslaan. Nabuurvolken worden dan ook de dupe, door vervliegende bijen en ook doordat zieke, verzwakte volken worden beroofd door de in de buurt staande bijenvolken. De enige goede methode ter bestrijding van de ziekte is om de volken van een bijenstand en de in de omgeving staande bijenvolken te ruimen. Dit gebeurde tot voor kort. In verband met de kosten heeft de overheid besloten alleen de volken te ruimen waarvan klinisch is vastgesteld dat ze de ziekte hebben. Hiermede kan niet worden volstaan, de imker dient zelf de andere volken te ruimen en al zijn materialen te ontsmetten of te verbranden. Een preventieve methode is om de volken jaarlijks te laten onderzoeken op het voorkomen van de sporen van de bacterie. Dit kan door enige honing uit de voederkrans van de raten van bijenvolken te testen in een laboratorium. De ziekte uit zich door inzakkende broedcellen en een rottende geur. Indien met een lucifer de inhoud van een broedcel wordt aangeraakt, dan kan men van de inhoud een draad trekken, de luciferproef.

9.5 Nosema
Nosema wordt veroorzaakt door de Nosema apis Zander, een eencellige darmparasiet. De parasiet is sporenvormend. De sporen zijn in elk volk aanwezig. Indien een volk is verzwakt door bijvoorbeeld stuifmeelgebrek of door andere ziekteverwekkers of aantastingen is de kans groot dat de Nosema uitbreekt. Dit treedt vaak op in een erg koud voorjaar, waardoor in het bijenvolk stuifmeelgebrek kan ontstaan. De darmen van een met Nosema besmette bij worden aangetast en daardoor gaat de bij zich in de kast ontlasten en zorgt zo voor een sterke verspreiding van de aantasting. Een volk kan hieraan bezwijken. De Nosema zorgt voor een slechte gezondheid van de bijen, ze zijn niet in staat om als voedsterbij te fungeren en hebben met een korte levensduur. De remedie is om vele nieuwe raten toe te passen, de kasten te ontsmetten, raten, die buiten gebruik zijn te ontsmetten met damp van ijsazijn en door te zorgen voor een goede stuifmeeldracht in de herfst.

9.6 Natuurlijk afweer tegen ziekten en plagen

De natuurlijke afweer tegen andere insecten, zoogdieren en vogels kennen we al. De bewaking van de vliegopening en in geval van een aanval het hanteren van de angel van de werkbij met de daaraan gekoppelde gifblaas. De imker kan de bijen helpen met de afweer tegen muizen in de winter door de vliegopening tot 7 mm te verkleinen
De afweer tegen de varroamijt is in mindere mate aanwezig. Hierop kan worden geselecteerd, door bijenvolken te kweken die in staat zijn om de mijten van hun lichaam te verwijderen (hygiënisch gedrag).
De afweer tegen micro-organismen is anders geregeld dan bij zoogdieren. De bij heeft een systeem dat generaal werkt tegen allerlei voorkomende ziekteverwekkers en heeft geen ontwikkelt immuun- systeem. Alle inkomende voedsel wordt door een zeef (membraan) in de ingewanden gefilterd en ongerechtigheden, waaronder micro-organismen worden tegengehouden. Ook scheidt de bij antiseptische stoffen af om bacteriën te doden. De nieuw te beleggen broedcellen worden voor het gebruik gereinigd en ontsmet. Voorts wordt gebruik gemaakt van propolis om voorwerpen te ontsmetten. Allerlei vreemde voorwerpen als dood broed en dode bijen en afval worden de kast uitgedragen. Het hygiënisch gedrag van bijen is een belangrijk kenmerk voor natuurlijke en kunstmatige selectie.

>>> 10. DE WINTERRUST